Tegenwind en voorspoed

Voorspoed voelt heerlijk. Een mooie klus, een nieuwe baan of veel beter nog – een nieuwe liefde: het geeft energie en maakt blij. Alsof je on top of the world staat. Niets of niemand doet je wat. Hoe anders is dat met tegenslag: een relatie die strandt, ontslag of ziekte. Op die momenten voelt het alsof de bodem onder je wordt weggeslagen. De woorden ‘waarom ik?’ zijn vaak niet ver weg. Het leven schiet van pieken naar dalen. Natuurlijk, die pieken zijn fijn, maar de dalen slaan je uit evenwicht.

De Romeinse filosoof Seneca schrijft juist over hoe we ons evenwicht kunnen bewaren. Daarover zegt hij iets intrigerends:

‘Dus moet je alles wat er kan gebeuren beschouwen als een zekere toekomst Anders geef je aan tegenslag krachten tegen jouzelf, terwijl je die krachten juist breekt door ze als eerste te zien.’

Als je alles beschouwt als een ‘zekere toekomst’ dan ben je nooit verrast. Als je je realiseert dat wat iemand kan overkomen eenieder kan overkomen raak je niet snel uit evenwicht. Het bevrijdt je ook van de ‘waarom-ik-vraag’. Want als anderen iets naars overkomt, waarom zou je dan denken dat het jou nooit kan overkomen? Als anderen ziek worden, waarom zou dit dan aan jou voorbij gaan? Is dat niet naïef? Kijk je zo niet weg van de moeilijke kant van het leven?

Wat geldt voor tegenwind geldt volgens Seneca ook voor voorspoed. Het is fijn om geld te hebben. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Liever dat schitterende huis dan die brug.’ Maar dat is wat anders dan jezelf vereenzelvigen met je bezit. Voorspoed is ons volgens Seneca altijd gegeven en het kan ons net zo gemakkelijk weer worden afgenomen. Aangenaam: jazeker. De kern van de dingen: in geen geval. Kritisch is Seneca dan ook op degene die zijn eigenwaarde heeft verbonden met zijn rijkdom:

‘Als mijn rijkdom wegvloeit neemt die alleen zichzelf mee. Maar jij weet je dan geen raad, jij denkt dat je jezelf kwijt bent zodra je rijkdom weg is. Rijkdom krijgt bij mij een plaatsje, bij jou de belangrijkste plaats. Mijn rijkdom is van mij, jij bent van jouw rijkdom.’

Wie heeft wie dus? Is mijn rijkdom van mij, of ben ik van mijn rijkdom? Is mijn huis van mij, of ben ik van mijn huis, mijn hypotheek en de zorgen die dat met zich mee brengt?

Seneca leert ons alles te zien als zekere toekomst. Lukt dat, dan lopen we niet langer achter de feiten aan. Tegelijkertijd relativeert het. Tegenspoed komt, tegenspoed gaat. Voorspoed komt, voorspoed gaat. Het bepaalt ten diepste niet wie je bent. Dat is een geruststellende gedachte.

Scroll to top