Druk, druk, druk…

Zeg eens eerlijk, wanneer heb je voor het laatst het woord ‘druk’ gebruikt? Het is samen met het woord ‘goed’ het meest gangbare antwoord op de vraag hoe het met ons gaat. Ook ik betrap mijzelf er op: als mijn hoofd vol zit met een rommelige hoop van hoofd- en bijzaken is het een gemakkelijk antwoord dat er haast als vanzelf uitkomt.

Maar waarom voel ik me druk? Ben ik echt met zoveel belangrijks bezig? Of is er iets anders aan de hand? De Romeinse filosoof Seneca zou me hoofdschuddend hebben aangekeken en zeggen: ‘Druk? Je hebt het helemaal niet druk. Je gaat niet goed om met de tijd die je gegeven is!’ In zijn boek De lengte van het leven constateert hij scherpzinnig dat wij ons vaak zorgen maken over de verkeerde dingen. Hij zegt:

‘Mensen laten nooit hun grond door een ander innemen, bij het minste of geringste grensgeschil grijpen ze naar stenen en wapens. Maar dat anderen hun leven binnentreden vinden ze best, of sterker nog, ze halen zelf hun toekomstige eigenaar binnen. Je vindt geen mens die zijn geld zomaar weggeeft, dat wil niemand. Maar ieder deelt zijn leven uit aan Jan en alleman.’ 

Seneca’s woorden klinken vers en kraakhelder. Toch zijn ze al 2000 jaar oud. Ook in onze tijd maken we ons voortdurend druk over bezit en vermogen. Als anderen aan ons bezit komen staan we op onze achterste benen. De pleuris breekt uit. De gang naar de rechter is snel gevonden. Maar als er een beroep op onze tijd wordt gedaan dan halen we onze ‘toekomstige eigenaar’ kritiekloos binnen. We laten ons kostbaarste goed – de tijd die ons gegeven is – als kaas van ons brood eten. Vaak omdat onze ijdelheid gestreeld wordt: het beroep van de ander geeft een gevoel van belangrijk zijn. En zo gaat onze tijd op aan talloze activiteiten waarvan we denken dat ze ons verder helpen. In onze zoektocht bijvoorbeeld naar een glansrijke carrière. Maar door nu van onszelf van alles te ‘moeten’, stellen we het échte leven uit. We begraven onszelf in bijzaken en beginnen pas met leven als de eindstreep in zicht is, aldus Seneca:

‘Na mijn vijftigste,’ hoor je de mensen zeggen, ‘dan doe ik het kalmer aan. En met zestig leg ik alle functies neer.’ Wie staat ervoor garant dat jij zo lang leeft? Wie laat de zaken lopen volgens jouw plan? De restanten van je leven reserveren voor jezelf, voor wijsheid alleen de tijd inruimen waar je verder niets mee kunt: vind je dat niet beschamend? Het is te laat te beginnen met leven bij de finish.’

 Maar hoe dan? Wat is dan wel een vruchtbare houding die ons verder brengt? Volgens Seneca zouden wij ons leven radicaal anders inrichten als niet alleen onze verstreken jaren zich zouden uitdrukken in een getal, maar ook de jaren die nog voor ons liggen. Het zou ons kieskeurig maken. We zouden alleen kiezen wat er echt toe doet.

Ook bewijzen we ons volgens Seneca een dienst als we afstand durven te nemen van drukte en gedoe. Het maakt dat ons leven minder gemakkelijk weg lekt en op gaat aan bijzaken. In de ruimte die zo ontstaat kunnen ideeën en gedachten rijpen. Kunnen we voelen en denken. Kortom: kan wijsheid groeien.

 

Scroll to top