Gezond eigenwijs

Origineel moeten we zijn. Oh ja, en succesvol ook. Toch kleden we ons massaal hetzelfde (liefst in blauw met dezelfde sneakers, kijk maar eens om je heen). Rijden we in zwart en grijstinten en kiezen we met z’n allen voor opleidingen waarvan we hopen dat ze werk en goed inkomen opleveren. Origineel, maar wel allemaal op dezelfde manier graag. Het is de ironie van het veilige midden en onze drang onszelf te onderscheiden.

In Seneca’s tijd, zo’n tweeduizend jaar geleden, was het eigenlijk al niet veel anders. Hij schrijft hierover in zijn boek Het ware geluk:

‘We raken het meest in de problemen doordat we ons schikken naar wat de mensen zeggen. Wat met grote instemming wordt ontvangen is het beste, denken we dan. Voorbeelden tellen voor ons niet door hun kwaliteit maar door hun aantal. We leven niet door zelf na te denken maar door anderen na te doen.’

We willen ons onderscheiden, maar kiezen vaak voor de drukst belopen paden. De keuze van de meerderheid voelt als een veilige keuze. Als dit pad doodlopend blijkt te zijn ben je niet de enige die er naast zit. Collectief klagen geeft dan nog in ieder geval nog iets van geruststelling.

Maar de grote kwestie is natuurlijk of dat brede pad je écht gelukkig maakt? Zijn die ogenschijnlijk veilige keuzes werkelijk jouw keuzes? Is het eigen bezieling en enthousiasme of vooral nabootsing: doen zoals de abstracte ander in de hoop op succes en erkenning? Heel eerlijk gezegd denk ik dat onze samenleving bol staat van de nabootsing en dat echte originaliteit vrij zeldzaam is.

Ik weet het. Het is gemakkelijk praten van een afstandje. Want hoe spannend is het om echt je hart te volgen? Wie durft een saaie baan aan de wilgen te hangen en te springen in het diepe? Wie durft zijn zekerheid los te laten, zijn hart te volgen en echt risico te lopen? Toch zijn we volgens Seneca geroepen om ons los te weken van het ‘men’ om doorvoelde eigen keuzes te maken:

‘Wat is dus het eerste waarop we hier moeten letten? Dat we niet als schapen maar gewoon meelopen, achter de kudde aan, niet op de weg die we moeten gaan maar op de weg die men gaat.’

De weg volgen die jij moet gaan dus. Dat vraagt om lef. Om durf. Tegen de stroom in gaan, je intuïtie volgen. Ook wanneer anderen je voor gek verklaren, omdat je totaal afwijkt van wat gangbaar is. Het vraag erom tegen een stootje te kunnen als anderen je uitlachen of niet achter je staan.

Maar het levert ook wat op: trouw zijn aan jezelf en te durven springen maakt dat je geen spijt hoeft te hebben over dromen die je niet hebt geleefd, over stappen waarnaar je verlangde maar niet durfde te zetten. Dat geeft gemoedsrust. Liever leven en vallen dan veilig stil blijven staan.

 

Scroll to top