Waar alles beweegt van leven

Iedere ochtend wandel ik, voordat de dag begint, een uur. Binnen vijf minuten loop ik tussen velden en bossen. Dat voelt als een ongekende rijkdom. Een beter begin van de dag kan ik me niet voorstellen.

Hoe anders was dat een paar jaar terug. Lange tijd schoof ik, rond een uur of acht, achter mijn bureau. Met allerlei schrijf- en regelwerk vulden de uren zich zo haast ongezien tot aan lunchtijd. In deze omgeving van beton en steen merkte ik na verloop van tijd dat de sprankeling verdween uit mijn denken en mijn doen. Alsof de statische en monotone omgeving steeds verder onder mijn huid kroop om de speelsheid te verdrijven.

Nu ik niet langer in de stad woon maar in het groen, voel ik iedere ochtend het verschil als ik de buitenlucht in stap. De stad kan weliswaar bruisen, maar is gebouwd van dode materialen: steen, gewapend beton of glas verweren slechts en komen nooit tot bloei. Hoe anders is dat in een bos. In een bos is alles voortdurend in beweging: zowel boven als onder de grond bruist het van verandering. Van alles leeft, groei en sterft ook af, om plaats te maken en voedingsbodem te zijn voor iets nieuws.

Als ik over smalle paadjes loop, maak ik de veranderingen van dichtbij mee. Het tere groen van bomen ontpopt zich in de lente in een mum van tijd tot een dicht bladerdek in de zomer. Waar ik eerst tientallen meters het bos in keek, botst mijn blik nu op een muur van bladeren. Waar in de koude maanden het groen slechts terug te vinden was in het mos op de boomstammen, heeft het zich in de zomer verspreid tot in de hoogste kroon.

De verandering zie ik ook terug in de velden waarlangs ik loop. In de lente ‘s morgensvroeg zijn paardenbloemen en madeliefjes nog gesloten, om langzaam open te gaan bij de eerste zonnestralen. Gedurende de dag draaien ze hun kopjes geruisloos mee met de zon, om zich in de avond weer terug te trekken en te wapenen tegen de kou van de nacht. De zon verandert het groene veld zo dagelijks in een zee van geel en wit.

Zoals het statische beton me onder de huid kroop, zo doet het bos dat ook. Ik loop door het bos, maar het bos trekt ook door mij. Er gaat een aangenaam ritme uit van de plaats waar in mijn dag begin. Het ritme van het bos helpt mij vertragen en brengt me in een natuurlijker cadans met mijn omgeving. Op de bospaadjes waar ik wandel is geen jachtig moeten, geen hoog tempo van afspraken of deadlines. Ik hoef me slechts af te stemmen op de plaats waar ik ben. Op sommige momenten lukt het zelfs een beetje om te verdwijnen: om als een noot op te gaan in het akkoord van het moment.

Dat verdwijnen is weldadig. Het plaatst de ogenschijnlijk belangrijke dingen in perspectief. Wat belangrijk lijkt, is opeens minder urgent. En dat waar ik gemakkelijk aan voorbij loop, verschijnt als kostbaar en waardevol. De prachtige ronde vormen van korstmos, de tinten groen van de bosrand, het dauw op de velden in de ochtendschittering: het raakt aan de kern.

Mijn ochtendrondje geeft bedding aan de plaats waar ik tot bloei kom. Tussen de bomen, waar alles beweegt van leven, bewegen mijn ideeën en gedachten mee en groeien ze, zoals ze tussen vier muren niet kunnen. Oneindige rijkdom, die niets kost.

Scroll to top