Wandelen en levenskunst

Wij mensen zijn tweevoeters. Lopen is misschien wel het meest natuurlijke dat we doen. Het is niet groots, weinig meeslepend en vaak zetten we onze stappen zonder er echt bij na te denken. Zo bezien is het weinig verheffend of interessant. Maar wie zijn eigen stappen naloopt en aandachtig kijkt kan ook tot een andere slotsom komen: dat wandelen alles te maken heeft met levenskunst.

Een lange wandeling kan namelijk ook een metafoor zijn voor onze levensweg. Een tocht waarbij het maken van keuzes, improvisatie en zelfzorg essentieel zijn. Zij maken het verschil tussen een lichte tred of eindeloos geploeter. Iedereen die weleens een meerdaagse tocht heeft gewandeld met een te zware rugzak weet precies waar ik het over heb: zere schouders, overbelaste knieën en stukgelopen voeten ruïneren zelfs de mooiste tocht. De omgeving kan je gestolen worden als je op blaren loopt.

Maken van keuzes

Om met het maken van keuzes te beginnen. Wat nemen we mee in onze rugzak en wat laten we thuis? Het geeft een gevoel van zekerheid om veel mee te nemen: better safe than sorry. Maar hebben we naast de essentials al die comfy items eigenlijk wel nodig die haast ongemerkt verdwijnen in onze rugzak? Het gezegde ‘wat je thuis laat is mooi meegenomen’ klinkt wat sleets, helaas is het maar al te vaak waar.

Hoeveel lichter loop je als je met aandacht stilstaat bij wat je allemaal met je meedraagt? Naar alle waarschijnlijkheid kan er een hoop ballast overboord. De vergelijking met onze levens is snel gemaakt. Materieel hebben we onze levens vaak zonder er bij stil te staan volgepakt. De stroom aan spullen is eindeloos. Voor je het weet bezitten wij de spullen niet meer, maar bezitten zij ons. Verstikking en materiële obesitas liggen continu op de loer.

Ook immaterieel hebben we een keuze: wat dragen we met ons mee en wat durven we naast ons neer te leggen? Hoe gaan we om met de dingen die ons zijn overkomen? Wordt het onze identiteit, of leven we er doorheen en lukt het ze in acceptatie weer los te laten? Ook is het maar al te gemakkelijk om onszelf te verzwaren met oordelen en zelfverwijt, om nog maar te zwijgen over de mening van de ander die aan ons vast blijft plakken.

Improviseren en afstemmen

Improvisatie is ook een essentieel ingrediënt voor de levenskunst. Een wandelaar kan maar een beperkt aantal dingen met zich meedragen. In plaats van alles zelf mee te torsen kun je ook gebruik maken van wat je tegenkomt onderweg. Dat vraagt wel om opmerkzaamheid: zien we de continu veranderende stroom aan mogelijkheden die ons omringt? Improviseren begint met goed kijken en luisteren. Wat is er in het hier en nu aanwezig? Creativiteit is vervolgens nodig om de mogelijkheden met elkaar te verbinden.

De kunst van het improviseren vraagt om luisteren en afstemmen, niet alles kant-en-klaar op zak hebben. Dat geldt ook voor hoe we anderen tegemoet treden: hebben we zelf al alle antwoorden voorhanden of durven we onze vragen lief te hebben en samen met anderen antwoorden of nieuwe en betere vragen te vinden?

Zorgen voor jezelf

Tot slot hebben wandelen en levenskunst alles te maken met zelfzorg. Als je een te zware rugzak met je meedraagt wandel je jezelf stuk. Alle kleur verdwijnt uit je dag als je lichaam pijn doet, al is het landschap nog zo mooi. Zelf heb ik eens een dag of tien met natte schoenen gelopen. Voor je voeten zorgen na een lange wandeldag is dan noodzaak.

De zelfzorg gaat ook op voor de geest. Het is goed om zo nu en dan de lat hoog te leggen, maar het is nog beter om ook in mildheid naar jezelf te kunnen kijken. Om als een koorddanser de balans te houden tussen onze oneindige verlangens en persoonlijke grenzen en beperkingen.

Het maken van keuzes, improviseren en zelfzorg: het zijn waardevolle richtingwijzers voor een gezonde levenskunst. Mooie uitgangspunten om al wandelend eens verder over na te denken. De coronatijd biedt er alle kans toe.

 

Wil je een e-mail ontvangen als er een nieuw artikel op deze website verschijnt? Klik dan hier

Scroll to top