Je eigen imago breken

Verhuizen is ingrijpend. Het is een van de meest stressvolle dingen die we doen met elkaar. Alles wat we hebben komt in een keer in beweging. De spullen die we haast ongemerkt hebben verzameld komen in een keer op ons af. Ook legt een verhuizing haarfijn bloot wat wij belangrijk vinden en waarmee wij graag worden geïdentificeerd: de filmkenner heeft een waanzinnige dvd-collectie, de kok een indrukwekkende hoeveelheid aan gespecialiseerde keukenspullen.

Ook ik ga niet vrijuit. Een jaar of vier terug stond ik zelf voor een grote verhuizing. Met een avontuurlijke reis door Europa voor de boeg (lees er hier meer over) moest ons huis in Berg en Dal leeg. De stroom aan boeken die toen op mij af kwam was niet te overzien. Het ‘teveel’ was zo groot dat alles opslaan in de verste verte geen optie was. Na een eerste grondige selectie gingen zevenentwintig dozen met boeken naar de kringloop. Andere werden verkocht en mooie romans, degene die je maar een keer leest, vonden een plekje in de vele mini-bibliotheekjes in Nijmegen. Intrigerend is dat: zonder enige moeite sluipt van alles je huis in. Vervolgens kost het een karrenvracht aan energie om je er weer los van te maken.

Het voelt lichter om zoveel boeken kwijt te zijn. Slechts een keer baalde ik ervan dat ik een boek van de hand had gedaan dat ik weer nodig had. Toen ik in mijn zoektocht vervolgens mokkend een van de boekendozen in de opslag uitpakte kwam ik het verloren gewaande boek weer tegen. De angst om iets te gaan missen nadat je het hebt weggedaan is vaak groter dan het daadwerkelijke gemis.

Maar wat zegt de overdaad aan boeken over mij? Laatst las ik het boek Vaarwel spullen van de Japanner Fumio Sasaki. Echt goed vond ik het boek niet, dus ik bracht het met liefde weer terug naar de bibliotheek. Wel zette Sasaki mij aan het denken met wat hij schrijft over hoe onze spullen samenhangen met onze persoonlijke eigenschappen. De meeste dingen die we hebben zijn niet strikt noodzakelijk. Veelmeer hebben wij ze omdat we bepaalde eigenschappen van onszelf ermee willen uitvergroten en benadrukken. Zo bezien onderstrepen spullen een imago: ik ben een filmkenner, ik ben een kok, of – in mijn geval – belezen en zelfs misschien wel een beetje intellectueel. Spullen als warm bad voor het ego.

Hoe sterker bezittingen ons imago bepalen, des te groter is de kans dat er zich geleidelijk een omkering voltrekt: wij bezitten niet langer spullen, maar de spullen bezitten ons. We worden als beheerders dienstbaar aan een verzameling van dingen die tijd, aandacht en onderhoud vragen. Als we niet uitkijken gaan ze ons leven bepalen.

Het tegenovergestelde kan ook: als het ons lukt om het lijntje door te knippen tussen spullen en imago, dan zijn we minder afhankelijk van wat we bezitten. Hebben maakt plaats voor zijn. Er ontsluit zich een heel nieuw gebied, waar stukjes zelfinzicht en wijsheid te vinden zijn. Een gebied van dingen die we alleen kunnen ontvangen en niet kunnen kopen, die niet op gaan als we er gul van geven. Geluk ligt voor het oprapen daar waar wij ons imago, onze zelf gecreëerde beelden, durven te breken. Bedrieglijk eenvoudig eigenlijk, maar zo eng tegelijkertijd.

 

Wil je een e-mail ontvangen als er een nieuw artikel op deze website verschijnt? Klik dan hier.

Scroll to top