De echte vragen van nu

Het nieuws van de dag eet onze aandacht op. Grote en kleine kwesties domineren de berichtgeving: van economische groei- en krimpcijfers, Brexit-beslommeringen met bijbehorende in- en export hoodpijndossiers, tot het ongemak dat we niet weten waar we aan toe zijn met onze volgende vakantie door alle coronabeperkingen. Deze kwesties doen er toe, ze raken onze levens, ons perspectief en onze vrijheid. Maar toch liggen de meer fundamentele vragen in onze cultuur, zoals bij een ijsberg, onder de waterspiegel. Ze passen niet goed in onze eigentijdse cultuur en een mind set waarin snel goed is en de korte termijn regeert. Daarvoor zijn ze te groot, te veelomvattend, te complex. Denk bijvoorbeeld aan het milieuvraagstuk en over hoe wij ons als mensen eigenlijk verhouden ten opzichte van de grote wijde wereld om ons heen.

Onlangs las ik een verfrissende artikel, een tekst die deze fundamentele laag wel aanraakt. In deze tekst pleit prof. dr. Tineke Lambooy van Nyenrode Business University ervoor te onderkennen dat de natuur, het landschap om ons heen, ook rechten heeft. Maar al te vaak, zo stelt ze, prevaleren economische drijfveren boven ecologische met alle rampzalige gevolgen van dien: uitputting en onherstelbare schade. Lambooy geeft verschillende voorbeelden waarin mens en natuur, met behulp van het recht, weer in een gezondere verhouding tot elkaar komen te staan. Zo zijn Maori-stammen en de Nieuw-Zeelandse overheid bijvoorbeeld een pact overeengekomen waarin de Whanganui rivier, een heilige rivier voor de oorspronkelijke bewoners, dezelfde rechten, plichten, mogelijkheden en verplichtingen heeft als een bestaand persoon. In eerste instantie klinkt dit misschien wat merkwaardig, maar nader beschouwt helpt het enorm bij de bescherming en instandhouding van de natuurlijke wereld om ons heen. Lambooy verkent momenteel in hoeverre het mogelijk is om de Waddenzee ook soortgelijke rechten toe te kennen.

Daar waar het landschap rechten krijgt, treedt een fundamentele verandering op. Het verplicht ons onze eigen positie en verhouding tot onze omgeving radicaal te herzien. Het landschap is niet langer een object, een gebruiksvoorwerp, maar een subject. Er ontstaat een gelijkwaardige relatie, waarbij de mens niet boven de natuur staat maar ernaast, of beter nog: erin, als ‘onderdeel van’. Deze verschuiving waarbij de natuur niet langer verschijnt als object maar als subject, zoals ook omschreven door Lambooy, houdt mij al een behoorlijke tijd bezig. De huidige subject-object relatie veronderstelt een breuk: een ideeëngeschiedenis van vervreemding, die we weer moeten zien te dichten als we iets van evenwicht willen herstellen. Deze breuk wordt door ecotheoloog Thomas Berry in zijn boek The Dream of the Earth al meer dan dertig jaar terug heel treffend omschreven: “We praten alleen nog maar tegen onszelf. We praten niet tegen de rivieren, we luisteren niet naar de wind en de sterren. We hebben de grote conversatie verbroken. Met het verbreken van deze conversatie hebben we het universum uiteen doen laten spatten. Alle rampen die op dit moment gebeuren zijn de consequentie van dit spiritueel ‘autisme’”.

De scheiding waarover Berry het heeft, heeft zich in de loop der eeuwen als een rivier ingesleten in ons innerlijk landschap: op de ene oever staan wijzelf, op de andere de rest van de natuurlijke wereld. De breuk zelf voert Berry terug op bepaalde karakteristieken van zowel het christendom als de wetenschap. Helder beschrijft hij hoe we in onze geschiedenis keer op keer scheiding aanbrengen die leidt tot vervreemding: Zo staat in het christendom regelmatig de aardse ‘materialiteit’ (= zondig en incompleet) tegenover de spirituele mens (die in de wereld is maar niet van de wereld en waarbij het beste komt na het leven op aarde). Of later, in de Verlichting, staat de rede tegenover materie. Waarbij, bijvoorbeeld voor Descartes, alles wat niet tot het domein van de rede behoorde (de materie) zielloos is. Met deze scheiding hebben flora en fauna niet langer een vitaal en ‘bezield’ principe. Waartoe deze ‘verdinging’ van de wereld om ons heen heeft geleid weten we stilletjes allemaal wel. Hoe doder de materie om ons heen, hoe minder voorzichtig ermee om gesprongen hoeft te worden.

Het is de grote uitdaging van onze tijd om bruggen te slaan tussen de oevers van de rivier die ons innerlijke landschap splijt. Om weer te leren zien dat de wereld niet buiten ons staat, maar dat wij er innig mee verbonden zijn. Berry spreekt over de noodzaak van het vergroten van de ziel, die door de dikke schil moet breken die in de loop van de tijd tussen de moderne mens en zijn omgeving is gegroeid. Misschien gaat dit gemakkelijker, zo denk ik weleens, als we het beeld van de ziel die huist in het lichaam, omwisselen voor het idee van het lichaam dat huist in de ziel. Dat plaatst het ‘ik’ en het ‘andere’ in een radicaal ander licht.

Het groeiende besef dat beide oevers niet los van elkaar staan maar verbonden zijn heelt scheiding en maakt kwetsbaar. Zoals een van de personages uit De gezongen aarde van schrijver Bruce Chatwin het treffend verwoordt: ‘De aarde verwonden … is jezelf verwonden en als anderen de aarde verwonden, verwonden ze jou.’ Niet alleen verwonden wij onszelf en elkaar, we verwonden ook degenen die na ons komen, zoals filosoof Roman Krznaric in zijn nieuwste boek De goede voorouder laat zien. We koloniseren met onze veel te grote ecologische voetafdruk de toekomst en de mogelijkheden van wie na ons komen.

De massieve en complexe vragen: ze zijn intimiderend van omvang en niet vrij van verplichting. Toch kunnen we het ons niet permitteren ervan weg te kijken. Ieder uitstel in het heden snijdt diep in de tijd die nog moet komen. Al hebben we nog invloed op hoe toekomstige generaties over ons zullen spreken, tenminste als we met elkaar het fundamentele niet uit de weg gaan.

 

Wil je een e-mail ontvangen als er een nieuw artikel op deze website verschijnt? Klik dan hier.

 

Scroll to top