Open post

Te gast bij Jacobine op 2

Samen met actrice Nhung Dam en presentator Twan Huys was ik te gast bij Jacobine op 2. Centraal stond het thema wandelen. Als wandelsoof (wandelfilosoof) mocht ik dieper ingaan op wat wandelen met ons doet. Het gesprek voerde van pelgrimeren naar het concreet op weg gaan met mensen. We eindigden filosofisch: hoe ik tijdens een van mijn lange afstandstochten door het landschap trok, maar het landschap ook door mij: weg van het ‘ik’, in verbinding met het landschap.

Mijn bijdrage start bij 8.27 min.

https://www.npostart.nl/jacobine-op-2/19-09-2020/KN_1717115

Open post

Waar alles beweegt van leven

Iedere ochtend wandel ik, voordat de dag begint, een uur. Binnen vijf minuten loop ik tussen velden en bossen. Dat voelt als een ongekende rijkdom. Een beter begin van de dag kan ik me niet voorstellen.

Hoe anders was dat een paar jaar terug. Lange tijd schoof ik, rond een uur of acht, achter mijn bureau. Met allerlei schrijf- en regelwerk vulden de uren zich zo haast ongezien tot aan lunchtijd. In deze omgeving van beton en steen merkte ik na verloop van tijd dat de sprankeling verdween uit mijn denken en mijn doen. Alsof de statische en monotone omgeving steeds verder onder mijn huid kroop om de speelsheid te verdrijven.

Nu ik niet langer in de stad woon maar in het groen, voel ik iedere ochtend het verschil als ik de buitenlucht in stap. De stad kan weliswaar bruisen, maar is gebouwd van dode materialen: steen, gewapend beton of glas verweren slechts en komen nooit tot bloei. Hoe anders is dat in een bos. In een bos is alles voortdurend in beweging: zowel boven als onder de grond bruist het van verandering. Van alles leeft, groei en sterft ook af, om plaats te maken en voedingsbodem te zijn voor iets nieuws.

Als ik over smalle paadjes loop, maak ik de veranderingen van dichtbij mee. Het tere groen van bomen ontpopt zich in de lente in een mum van tijd tot een dicht bladerdek in de zomer. Waar ik eerst tientallen meters het bos in keek, botst mijn blik nu op een muur van bladeren. Waar in de koude maanden het groen slechts terug te vinden was in het mos op de boomstammen, heeft het zich in de zomer verspreid tot in de hoogste kroon.

De verandering zie ik ook terug in de velden waarlangs ik loop. In de lente ‘s morgensvroeg zijn paardenbloemen en madeliefjes nog gesloten, om langzaam open te gaan bij de eerste zonnestralen. Gedurende de dag draaien ze hun kopjes geruisloos mee met de zon, om zich in de avond weer terug te trekken en te wapenen tegen de kou van de nacht. De zon verandert het groene veld zo dagelijks in een zee van geel en wit.

Zoals het statische beton me onder de huid kroop, zo doet het bos dat ook. Ik loop door het bos, maar het bos trekt ook door mij. Er gaat een aangenaam ritme uit van de plaats waar in mijn dag begin. Het ritme van het bos helpt mij vertragen en brengt me in een natuurlijker cadans met mijn omgeving. Op de bospaadjes waar ik wandel is geen jachtig moeten, geen hoog tempo van afspraken of deadlines. Ik hoef me slechts af te stemmen op de plaats waar ik ben. Op sommige momenten lukt het zelfs een beetje om te verdwijnen: om als een noot op te gaan in het akkoord van het moment.

Dat verdwijnen is weldadig. Het plaatst de ogenschijnlijk belangrijke dingen in perspectief. Wat belangrijk lijkt, is opeens minder urgent. En dat waar ik gemakkelijk aan voorbij loop, verschijnt als kostbaar en waardevol. De prachtige ronde vormen van korstmos, de tinten groen van de bosrand, het dauw op de velden in de ochtendschittering: het raakt aan de kern.

Mijn ochtendrondje geeft bedding aan de plaats waar ik tot bloei kom. Tussen de bomen, waar alles beweegt van leven, bewegen mijn ideeën en gedachten mee en groeien ze, zoals ze tussen vier muren niet kunnen. Oneindige rijkdom, die niets kost.

Open post

Gezond eigenwijs

Gezond eigenwijs

Origineel moeten we zijn. Oh ja, en succesvol ook. Toch kleden we ons massaal hetzelfde (liefst in blauw met dezelfde sneakers, kijk maar eens om je heen). Rijden we in zwart en grijstinten en kiezen we met z’n allen voor opleidingen waarvan we hopen dat ze werk en goed inkomen opleveren. Origineel, maar wel allemaal op dezelfde manier graag. Het is de ironie van het veilige midden en onze drang onszelf te onderscheiden.

In Seneca’s tijd, zo’n tweeduizend jaar geleden, was het eigenlijk al niet veel anders. Hij schrijft hierover in zijn boek Het ware geluk:

‘We raken het meest in de problemen doordat we ons schikken naar wat de mensen zeggen. Wat met grote instemming wordt ontvangen is het beste, denken we dan. Voorbeelden tellen voor ons niet door hun kwaliteit maar door hun aantal. We leven niet door zelf na te denken maar door anderen na te doen.’

We willen ons onderscheiden, maar kiezen vaak voor de drukst belopen paden. De keuze van de meerderheid voelt als een veilige keuze. Als dit pad doodlopend blijkt te zijn ben je niet de enige die er naast zit. Collectief klagen geeft dan nog in ieder geval nog iets van geruststelling.

Maar de grote kwestie is natuurlijk of dat brede pad je écht gelukkig maakt? Zijn die ogenschijnlijk veilige keuzes werkelijk jouw keuzes? Is het eigen bezieling en enthousiasme of vooral nabootsing: doen zoals de abstracte ander in de hoop op succes en erkenning? Heel eerlijk gezegd denk ik dat onze samenleving bol staat van de nabootsing en dat echte originaliteit vrij zeldzaam is.

Ik weet het. Het is gemakkelijk praten van een afstandje. Want hoe spannend is het om echt je hart te volgen? Wie durft een saaie baan aan de wilgen te hangen en te springen in het diepe? Wie durft zijn zekerheid los te laten, zijn hart te volgen en echt risico te lopen? Toch zijn we volgens Seneca geroepen om ons los te weken van het ‘men’ om doorvoelde eigen keuzes te maken:

‘Wat is dus het eerste waarop we hier moeten letten? Dat we niet als schapen maar gewoon meelopen, achter de kudde aan, niet op de weg die we moeten gaan maar op de weg die men gaat.’

De weg volgen die jij moet gaan dus. Dat vraagt om lef. Om durf. Tegen de stroom in gaan, je intuïtie volgen. Ook wanneer anderen je voor gek verklaren, omdat je totaal afwijkt van wat gangbaar is. Het vraag erom tegen een stootje te kunnen als anderen je uitlachen of niet achter je staan.

Maar het levert ook wat op: trouw zijn aan jezelf en te durven springen maakt dat je geen spijt hoeft te hebben over dromen die je niet hebt geleefd, over stappen waarnaar je verlangde maar niet durfde te zetten. Dat geeft gemoedsrust. Liever leven en vallen dan veilig stil blijven staan.

 

Open post

Grondgedachten

De onderstroom van het boek Thuis zijn in het onbekende wordt gedreven door verschillende kerngedachten. De drie belangrijkste staan hieronder beschreven.

Van zelf maken naar gevonden worden

Wij leven in een samenleving waarin we elkaar voorspiegelen dat we de architect zijn van ons eigen leven. Als je er maar hard genoeg voor werkt dan is alles mogelijk. Zo staan we aan de geboorte van ons eigen succes: een geslaagd leven is een individuele prestatie. Althans, dat is het dominante verhaal van onze tijd.

Thuis zijn in het onbekende vertrekt daarentegen van de andere kant. Het betoogt dat wij niet zozeer de wereld maken, maar dat de wereld en de mensen om ons heen ons in sterke mate vormen. Dat zet ‘leven’ in een ander licht. Naast eigen inzet gaat het er bovenal om oog te hebben voor wat op onze weg komt. Niet alleen zelf dingen vinden dus, maar onszelf ook gevonden laten worden en daar oog voor hebben: door spontane ontmoetingen andere mensen, onverwachte inzichten en richtinggevende ideeën en mogelijkheden die op ons pad komen. 

Een andere grondhouding

De huidige samenleving is er een van controle. Als er ongelukken gebeuren, als het maatschappelijk leven anders loopt dan verwacht, is er een collectieve roep om meer regels en wetten. Eigenlijk best merkwaardig in een wereld die alleen maar complexer wordt.

Maar wat als we nu eens niet vertrekken vanuit controle? Wat als we de onzekerheid niet wegduwen, maar er middenin durven te gaan staan? Precies dat doet Thuis zijn in het onbekende door in te zetten op improvisatievermogen, creativiteit en de kracht van spontaniteit. Deze kernwoorden kunnen ons helpen bij het vormen van een andere persoonlijke basishouding. Een houding van vertrouwen, nieuwsgierigheid en verwondering die minder vatbaar is voor angst en onzekerheid. Dat verandert de complexiteit waarin we staan natuurlijk niet, maar wel onze omgang ermee. Het helpt ons ook om een ander verhaal te vertellen: over onszelf, de wereld en wat we echt van waarde vinden.

Van plannen naar meanderen

‘Plannen’ is een sleutelwoord van deze tijd. Zowel werk als privé vragen om nauwkeurige organisatie. We organiseren niet alleen het heden, liefst ook de toekomst. Doelgerichtheid staat voorop. Wat we doen moet bovenal nut hebben: lummeltijd is weggegooide tijd.

Maar zijn we niet doorgeschoten in onze planningsdrang en ons nuttigheidsdenken? Lopen we niet veel moois mis wanneer we met oogkleppen op er alleen op gericht zijn om het volgende target te halen? Veel van ons voelen wel aan dat het antwoord hierop ‘ja’ is. Thuis zijn in het onbekende reikt perspectieven aan om anders te leren kijken. Zo zet het in op meanderen en verdwalen. In plaats van de kortste weg te nemen, valt er veel te vinden als we het aandurven om eens te verdwalen en ons te laten verrassen door wat we vinden. De kans is groot dat we ontdekken dat ons geluk heel ergens anders ligt dan we vermoeden.

 

Benieuwd naar Thuis zijn in het onbekende? Bestel het hier.

Open post

Druk, druk, druk …

Druk, druk, druk…

Zeg eens eerlijk, wanneer heb je voor het laatst het woord ‘druk’ gebruikt? Het is samen met het woord ‘goed’ het meest gangbare antwoord op de vraag hoe het met ons gaat. Ook ik betrap mijzelf er op: als mijn hoofd vol zit met een rommelige hoop van hoofd- en bijzaken is het een gemakkelijk antwoord dat er haast als vanzelf uitkomt.

Maar waarom voel ik me druk? Ben ik echt met zoveel belangrijks bezig? Of is er iets anders aan de hand? De Romeinse filosoof Seneca zou me hoofdschuddend hebben aangekeken en zeggen: ‘Druk? Je hebt het helemaal niet druk. Je gaat niet goed om met de tijd die je gegeven is!’ In zijn boek De lengte van het leven constateert hij scherpzinnig dat wij ons vaak zorgen maken over de verkeerde dingen. Hij zegt:

‘Mensen laten nooit hun grond door een ander innemen, bij het minste of geringste grensgeschil grijpen ze naar stenen en wapens. Maar dat anderen hun leven binnentreden vinden ze best, of sterker nog, ze halen zelf hun toekomstige eigenaar binnen. Je vindt geen mens die zijn geld zomaar weggeeft, dat wil niemand. Maar ieder deelt zijn leven uit aan Jan en alleman.’ 

Seneca’s woorden klinken vers en kraakhelder. Toch zijn ze al 2000 jaar oud. Ook in onze tijd maken we ons voortdurend druk over bezit en vermogen. Als anderen aan ons bezit komen staan we op onze achterste benen. De pleuris breekt uit. De gang naar de rechter is snel gevonden. Maar als er een beroep op onze tijd wordt gedaan dan halen we onze ‘toekomstige eigenaar’ kritiekloos binnen. We laten ons kostbaarste goed – de tijd die ons gegeven is – als kaas van ons brood eten. Vaak omdat onze ijdelheid gestreeld wordt: het beroep van de ander geeft een gevoel van belangrijk zijn. En zo gaat onze tijd op aan talloze activiteiten waarvan we denken dat ze ons verder helpen. In onze zoektocht bijvoorbeeld naar een glansrijke carrière. Maar door nu van onszelf van alles te ‘moeten’, stellen we het échte leven uit. We begraven onszelf in bijzaken en beginnen pas met leven als de eindstreep in zicht is, aldus Seneca:

‘Na mijn vijftigste,’ hoor je de mensen zeggen, ‘dan doe ik het kalmer aan. En met zestig leg ik alle functies neer.’ Wie staat ervoor garant dat jij zo lang leeft? Wie laat de zaken lopen volgens jouw plan? De restanten van je leven reserveren voor jezelf, voor wijsheid alleen de tijd inruimen waar je verder niets mee kunt: vind je dat niet beschamend? Het is te laat te beginnen met leven bij de finish.’

 Maar hoe dan? Wat is dan wel een vruchtbare houding die ons verder brengt? Volgens Seneca zouden wij ons leven radicaal anders inrichten als niet alleen onze verstreken jaren zich zouden uitdrukken in een getal, maar ook de jaren die nog voor ons liggen. Het zou ons kieskeurig maken. We zouden alleen kiezen wat er echt toe doet.

Ook bewijzen we ons volgens Seneca een dienst als we afstand durven te nemen van drukte en gedoe. Het maakt dat ons leven minder gemakkelijk weg lekt en op gaat aan bijzaken. In de ruimte die zo ontstaat kunnen ideeën en gedachten rijpen. Kunnen we voelen en denken. Kortom: kan wijsheid groeien.

 

Open post

Tegenwind en voorspoed

Tegenwind en voorspoed

Voorspoed voelt heerlijk. Een mooie klus, een nieuwe baan of veel beter nog – een nieuwe liefde: het geeft energie en maakt blij. Alsof je on top of the world staat. Niets of niemand doet je wat. Hoe anders is dat met tegenslag: een relatie die strandt, ontslag of ziekte. Op die momenten voelt het alsof de bodem onder je wordt weggeslagen. De woorden ‘waarom ik?’ zijn vaak niet ver weg. Het leven schiet van pieken naar dalen. Natuurlijk, die pieken zijn fijn, maar de dalen slaan je uit evenwicht.

De Romeinse filosoof Seneca schrijft juist over hoe we ons evenwicht kunnen bewaren. Daarover zegt hij iets intrigerends:

‘Dus moet je alles wat er kan gebeuren beschouwen als een zekere toekomst Anders geef je aan tegenslag krachten tegen jouzelf, terwijl je die krachten juist breekt door ze als eerste te zien.’

Als je alles beschouwt als een ‘zekere toekomst’ dan ben je nooit verrast. Als je je realiseert dat wat iemand kan overkomen eenieder kan overkomen raak je niet snel uit evenwicht. Het bevrijdt je ook van de ‘waarom-ik-vraag’. Want als anderen iets naars overkomt, waarom zou je dan denken dat het jou nooit kan overkomen? Als anderen ziek worden, waarom zou dit dan aan jou voorbij gaan? Is dat niet naïef? Kijk je zo niet weg van de moeilijke kant van het leven?

Wat geldt voor tegenwind geldt volgens Seneca ook voor voorspoed. Het is fijn om geld te hebben. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Liever dat schitterende huis dan die brug.’ Maar dat is wat anders dan jezelf vereenzelvigen met je bezit. Voorspoed is ons volgens Seneca altijd gegeven en het kan ons net zo gemakkelijk weer worden afgenomen. Aangenaam: jazeker. De kern van de dingen: in geen geval. Kritisch is Seneca dan ook op degene die zijn eigenwaarde heeft verbonden met zijn rijkdom:

‘Als mijn rijkdom wegvloeit neemt die alleen zichzelf mee. Maar jij weet je dan geen raad, jij denkt dat je jezelf kwijt bent zodra je rijkdom weg is. Rijkdom krijgt bij mij een plaatsje, bij jou de belangrijkste plaats. Mijn rijkdom is van mij, jij bent van jouw rijkdom.’

Wie heeft wie dus? Is mijn rijkdom van mij, of ben ik van mijn rijkdom? Is mijn huis van mij, of ben ik van mijn huis, mijn hypotheek en de zorgen die dat met zich mee brengt?

Seneca leert ons alles te zien als zekere toekomst. Lukt dat, dan lopen we niet langer achter de feiten aan. Tegelijkertijd relativeert het. Tegenspoed komt, tegenspoed gaat. Voorspoed komt, voorspoed gaat. Het bepaalt ten diepste niet wie je bent. Dat is een geruststellende gedachte.

Open post

Boek in beeld

In 2018 schreef ik het boek Thuis zijn in het onbekende. Dit boek leest als een pleidooi voor het onbekende, het chaotische en het ongeordende. Het is een essayistisch lofdicht op de ‘kunst van het verdwalen’. 

Thuis zijn in het onbekende werpt daarmee nieuw licht op hoe om te gaan met complexiteit en onzekerheid. Niet zozeer het vergroten van de beheersbaarheid is van belang, maar het veranderen van onze eigen grondhouding. In plaats van een toename van structuren, wetten, regels en procedures pleit ik voor een persoonlijke houding waarin creativiteit, improvisatievermogen en spontaniteit centraal staan. Geen oplossingen en snelle antwoorden dus, maar het leren liefhebben van steeds veranderende (persoonlijke en maatschappelijke) vragen. 

Samen met cultuurtheoloog Frank Bosman heb ik de kern van Thuis zijn in het onbekende proberen te vatten in beeld. 

Thijs over Thuis zijn in het onbekende

Posts navigation

1 2
Scroll to top